Wie u opneemt neemt mij op Mt 10,37-42 2Kon 4,8-16a
Lieve mensen,
Gewoonlijk spreek ik jullie aan als ’ Beste medegelovigen’ maar vandaag voel ik met wat geïsoleerd hier achter het altaar, en ik probeer jullie dan maar te bereiken met een extra-vriendelijke aanspreektitel.
Ongetwijfeld hebben wij allemaal ervaren hoe belangrijk nabijheid is. Wij hebben elkaar nodig, niet alleen voor zakelijke communicatie en dienstverlening maar ook voor aanwezigheid, aandacht, een handdruk of een knuffel. Soms ontgaat ons dat en houden we het bij statistieken over besmetting, ziekenhuisopnamen en overlijdens en zouden we de concrete mensen vergeten die dat allemaal moeten meemaken.
Al sik vergelijk hoe de verschillende evangelisten, ieder op zij manier, éénzelfde ontmoeting van Jezus vertellen, dan valt mij steeds weer hetzelfde op. Met alle verschuldigde eerbied voor Mattheüs en Lucas zie ik dat zij de oudere, oorspronkelijke tekst van Marcus telkens weer details van dezelfde aard weglaten. Dat Jezus verwonderd is over het ongeloof van zijn toehoorders, verontwaardigd over de schijnheiligheid van zijn tegenstanders, vertederd door de kinderen, dat hij een verwarde man naar diens naam vraagt, een gesprek aangaat met een overbezorgde vader enzovoort. Als ik zie wat zij weglaten treft juist dàt mij des te meer in de oorspronkelijke tekst. Maar waarom zouden zij die levendige trekjes weglaten ? kan Jezus volgend hen geen menselijke gevoelens hebben? Willen zij hem al meer en bovenmenselijke figuur maken ? Ik althans verkies het originele menselijk beeld zoals ik dat bij Marcus vind..
De schriftlezingen van vandaag gaan over een aanverwant thema, namelijk gastvrijheid, hier dan vooral tegenover de rondtrekkende evangelieverkondigers van die tijd. Wij zouden die nu ‘missionarissen’ noemen. Helemaal in de geest van Jezus zijn diens volgelingen deze oproep tot gastvrijheid steeds ruimer gaan verstaan en uitbreiden tot alle kwetsbaren, weduwen en wezen, mensen met een beperking, vluchtelingen, gevangenen… Ieder mens is onze toewijdig waard. Er is een aloude opvatting dat je een afgezant hetzelfde respect moet betonen als je verschuldigd bent aan diegene die hem of haar zendt. Zo nodigt Jezus ons uit om ieder mens dezelfde belangstelling, aandacht en respect te geven tegenover hemzelf zouden hebben. Wie zo iemand opneemt, neemt Jezus op. Dat doet met toch nadenken. Gemakkelijk is het allerzins niet maar onze wereld zal er zeker op vooruit gaan als we het proberen.
Herman.paulussen@hotmail.com 03/257.27.49