11-12 juli 2020

Beste medegelovigen,
Met de “lockdown” van de voorbij maanden, heb ik heel veel in onze tuin gewerkt. Ik heb genoten van de natuur dank zij de warme lente en een warm begin van de zomer. Ik vond het zalig en prachtig daar even tijd te hebben. Wat een groeikracht hebben de planten en de bomen toch. En ik dacht: waarom krijg ik nu tijd om bewust deze lente tot mij te laten ? En zo kwam ik tot de bedenking : zo heeft God dat ook voor de mensen bedoeld: dat ze tot bloei komen, dat ze de warmte van de zon en de zuurstof in de lucht en de voeding in de grond met volle teugen in zich opnemen.
Het was meer dan lentekriebels, ik genoot zo van de groeikracht van de natuur dat ik mezelf ook helemaal voelde volstromen met energie. Geweldig toch. Dit kwam weer in mij op bij het voor bereiden van deze toelichting. In de parabel van Jezus is er ook sprake van overvloedige oogst: bij de een honderdvoudig, bij een ander zestig. En bij weer een ander dertigvoudig. Maar er zijn stukken grond die niets opleveren. Want zegt Matteüs, er zijn ook mensen bij wie het woord van het koninkrijk verstikt wordt . De parabel van de zaaier die uitging om te zaaien wordt door Matteüs helemaal uitgewerkt. Bij hem geeft Jezus een uitgebreide toelichting van wat hij bedoelt. Toen ik die op mij liet werken vroeg ik me af: hoe zou de grond bij mij zijn ? Hoe zou de grond bij een ander zijn ? Het probleem is dat je dat vaak niet zo goed kunt zien. Als het heel goed met iemand gaat en hij of zij heel goede dingen tot stand brengt, ja, dan kun je wel zien dat de oogst groot is. De grond zal dan ook wel goed zijn. Maar als je, zoals heel veel mensen, niet zo’n bloeiend leven hebt, hoe kun je dan oordelen over de grond? Een van de auteurs over spiritualiteit, die tegenwoordig veel gelezen wordt, is de Duitse benedictijn Anselm Grün. Bij het lezen van de parabel van de zaaier moest ik denken aan het sprookje van Grimm. Anselm Grün haalt dit ook in een van zijn boeken naar voren.In dat sprookje stuurt een vader zijn zoon, die hij dom vindt, de wereld in om iets nuttig te leren. Driemaal komt hij terug naar huis, en driemaal schudt zijn vader zijn hoofd om wat de jongen zegt geleerd te hebben. Hij zegt de eerste keer: “Ik heb geleerd wat de honden blaffen”. De tweede keer: “ik heb geleerd wat de vogels spreken”. En de derde keer: “ik heb geleerd wat de kikkers kwaken”. De vader verstoot zijn domme zoon. Deze trekt erop uit en komt aan bij een kasteel. Daar wil hij overnachten. De kasteelheer kan hem maar alleen de toren ter beschikking stellen. Maar daar zijn gevaarlijke blaffende honden. De jongen neemt wat eten mee en waagt zich in de toren. Hij spreekt vriendelijk met de blaffende honden. En die zeggen hem dat ze alleen maar zo wild zijn omdat ze een schat moeten bewaken. Zij tonen hem de weg naar de schat en helpen hem deze uit te graven. En de jongen leefde nog lang en gelukkig. Tot zover dat sprookje. Waarom gebruikt Anselm Grün nu dit oude volkssprookje? Hij zegt dat er oude wijsheid in wordt doorgegeven. Hij zegt dat die blaffende honden verwijzen naar iets psychologisch, iets van ons mensen. De blaffende honden staan voor alles wat in je eigen leven blaft, alles wat aandacht steeds weer opeist en energie vreet. Alles wat moeilijke vragen aan je stelt, alles waar je liever met een grote boog omheen loopt. Anselm Grün zegt: als je de schat in jezelf, de weg naar geluk wilt vinden, dan is de enig weg de dialoog met de blaffende honden. Je eigen kracht ontdek je juist als je, dwars door de weerstanden heen, de grote vragen van je leven niet uit de weg gaat, alleen of met hulp van anderen. Wat is nu het verband tussen de parabel en het sprookje? Het verband ligt in de aarde die wij zijn, de aarde waarin het woord van God wordt gezaaid. Net zoals bij de moestuin moet de grond omgespit en vrijgemaakt worden van stenen en onkruid. Er mot compost ingebracht worden en bij heel droog weer moet er gesproeid worden. Vruchtbare grond, dat zij wij als wij met ons leven in handen nemen. Als wij voorkomen dat we geleefd worden. Geleefd door krachten om ons heen, en ook geleefd, op sleeptouw genomen, door onze eigen hartstochten, verslaving en behoeften. Het evangelie wil een antwoord zijn op onze diepst vragen. Het kan binnen komen, wortel schieten en overvloedig vrucht dragen als wij de grote levensvragen echt toelaten. Vragen zoals: wie ben ik ten diepste en in wat voor wereld leef ik ? Hoe kan ik me weren tegen het kwaad om me heen en in mezelf? Wat is mijn roeping in het leven? Wat kan me pas echt gelukkig maken? Hoe is mijn relatie tot God, de oorsprongen de bestemming van mijn bestaan?
Wie deze vragen toelaat, en ook met lege handen durft te staan, die wordt ontvankelijk voor het Woord van God. Wie op zijn of haar zoektocht open durft te staan voor de leiding van God, die kan de verhalen van het evangelie telkens weer ervaren als richtingaanwijzers op de weg van het geluk.

Verwante berichten

2e zondag advent: 5-6 dec... _______________ _ Kromme wegen recht maken_ De advent is een uitermate rijke tijd op liturgisch vlak met mooie lezingen en het bijhorend ritueel van de adventskrans met
09-10 juli 2016 Beste medegelovigen In de eerste lezing uit het Oude Testament hoorden we hoe Mozes het Joodse volk oproept om de voorschriften en de wetten te onderhouden en
31 e zondag: 7-8 november... Vertrouwen op God In de lezingen staan vandaag twee weduwen centraal, twee vrouwen die vanwege hun armoede en isolement aan de rand van de maatschappij leven. Zij
preek 13-14 juni 2020 Mt. 9,36-10,8 en Ex 19,2-6b Geroepen om Apostel te zijn in onze Coronatijd Het evangelie houdt een oproep in die ook vandaag zijn zin. Jezus heeft,zijn vrienden
leden van het Parochietea... Anne Willocx-Michielsen, verantwoordelijke gsm 0476 24 54 01 Herman Paulussen 03 257 27 49 Paul Bats 03 230 77 44 Patrick Van der Straten 03 239 97
15 augustus 2016 Beste medegelovigen, Op dit feest van Maria tenhemelopneming wil ik blij en dankbaar, als vrouw en als moeder, samen met jullie opkijken naar ons aller moeder: Maria.
09-10 september Vierentwintigste zondag door het jaar 11 september 2016 Beste mensen, Jezus ontvangt tollenaars en zondaars en gaat met hen aan tafel. En daarover morren de farizeeën en
1 zondag advent :28-29 no... Een tijdje geleden waren mijn echtgenote Marcia en ik gezellig aan het tafelen met een ander koppel (laat ik ze Mireille en Leon noemen); Marcia had alweer
24-25 september 2016 Sommige details in deze parabel klinken ons wellicht wat vreemd in de oren. Bijvoorbeeld dat die Lazarus hoopte op wat er van de tafel zou vallen. Dat
27-28 augustus “Kom mannekens, aan tafel!” Waarschijnlijk hebben de meesten onder ons nog verre –misschien heel verre- maar gelukkige herinneringen hoe we vroeger door moeder aan tafel geroepen werden.
16-17 april 2016 Komt nog